cyclus
Uiterlijk
- cy·clus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cyclus | cyclussen, cycli |
| verkleinwoord | cyclusje | cyclusjes |
de cyclus m
- terugkerende, regelmatige reeks
- ▸ Lawrie was heel snel met een liefdesverklaring gekomen, maar begreep hij ook echt wie ik was? Ik kon me niet voorstellen dat ik me ooit zo op iemand zou storten; het gevoel dat al je moleculen opnieuw afgestemd werden; de pure, meerlaagse vreugde van gezien en aanbeden worden, en op jouw beurt de ander aanbidden, bij elke nieuwe stap de cyclus van verlegenheid naar zelfvertrouwen.[3]
- ▸ Ook tegen dit doodmaken, al was het dan de eerste keer, zag hij niet bijzonder op; het was een onvermijdelijke consequentie, de bestaansreden zelfs, van het leven waarvoor hij was voorbestemd, de winkel van zijn vader, de eetpatronen in dit deel van de wereld - kortom: van de cyclus van leven en dood die al tienduizenden jaren bestond en waarvan alles erop wees dat die nog tienduizenden jaren zou voortbestaan.[4]
- Het woord cyclus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "cyclus" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ cyclus op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "cyclus" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %