kostbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kost·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kostbaar kostbaarder kostbaarst
verbogen kostbare kostbaardere kostbaarste
partitief kostbaars kostbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

kostbaar

  1. duur, waardevol
     Toen Myra in handen viel van de Mohammedanen, brachten Italiaanse kooplieden in 1087 het kostbare gebeente van Nicolaas naar Bad in Apulië ( Zuid-Italië ).[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. kostbaar op website: Etymologiebank.nl
  2. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 10
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be