Naar inhoud springen

produceren

Uit WikiWoordenboek
  • pro·du·ce·ren
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voortbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1697 [1]
  • afgeleid van het Latijnse 'dūcere' (met het voorvoegsel pro- met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
produceren
produceerde
geproduceerd
zwak -d volledig

produceren

  1. overgankelijk bij voortduring vervaardigen
     Heffingen maakten Chinese auto's niet duurder: Afgelopen zomer voerde de EU nog heffingen in om de Europese auto-industrie te beschermen tegen de veel goedkopere auto's uit China. Maar volgens brancheorganisatie Bovag hebben de heffingen niet geleid tot hogere prijzen voor Chinese elektrische auto's. "De Chinese bedrijven hebben de hogere prijzen kennelijk weten te absorberen. Dat laat ook zien hoe efficiënt zij auto's kunnen produceren", zegt Geert Brummelhuis van Bovag.[4]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]