aanreiken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·rei·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanreiken
reikte aan
aangereikt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanreiken

  1. overreiken, iemand iets aangeven waarbij je je moet uitrekken
    Hij moest helemaal over de balie heen buigen om het formulier aan het kind aan te reiken.
Vertalingen