antenne

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Korte-golfantenne Moosbrunn, Oostenrijk
De antenne van een insect

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ten·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord antenne antennes
verkleinwoord antennetje antennetjes

Zelfstandig naamwoord

antenne v/m [2]

  1. (natuurkunde), (elektronica) een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling in het radiofrequente gedeelte van het elektromagnetische spectrum
    • De geleider van de antenne kan worden gecombineerd met directoren en/of een reflector om een richtwerking te verkrijgen. 
  2. (dierkunde) een voelspriet bij verschillende dieren/insecten
    • Deze kever heeft grote en gevorkte antennes. 
  3. (visserij) het staafje van de dobber van een vislijn
    • De antenne maakt het mogelijk de positie van de dobber te blijven zien bij het vissen. 
  4. (scheepvaart) ra van een zeil
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ergens een antenne voor hebben
ergens zeer gevoelig voor zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal