waardevol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·de·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waardevol waardevoller waardevolst
verbogen waardevolle waardevollere waardevolste
partitief waardevols waardevollers -

Bijvoeglijk naamwoord

waardevol

  1. een grote waarde hebbend
    • Dit is zijn waardevolste bezit. 
     Duidelijk blijkt dat de diepere betekenis voor ons nog even waardevol is. Voor de viering zullen wij, terugdenkend aan vroeger, zeker veel mogelijkheden vinden.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7