lastig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van last met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lastig lastiger lastigst
verbogen lastige lastigere lastigste
partitief lastigs lastigers -

Bijvoeglijk naamwoord

lastig

  1. moeilijheden veroorzakend of opwerpend
    Hij is het lastigste kind van de klas.
    Dat is een lastiger probleem dan het vorige.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

lastig

  1. met moeite, op lastige wijze
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    lastigvallen: Val hem niet zo lastig!