lastig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van last met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lastig lastiger lastigst
verbogen lastige lastigere lastigste
partitief lastigs lastigers -

Bijvoeglijk naamwoord

lastig

  1. moeilijheden veroorzakend of opwerpend
    • Hij is het lastigste kind van de klas. 
    • Dat is een lastiger probleem dan het vorige. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

lastig

  1. met moeite, op lastige wijze
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.