zuurachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuur·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuurachtig zuurachtiger zuurachtigst
verbogen zuurachtige zuurachtigere zuurachtigste
partitief zuurachtigs zuurachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zuurachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van zuur, zurig
    • Dagenlang hing er de zuurachtige bittere geur van verrotte paling in het Rode Kamertje. (uit: Ik Jan Cremer door Jan Cremer) 
Synoniemen

Gangbaarheid