boterzuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ter·zuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boterzuur boterzuren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boterzuur o

  1. (scheikunde) een verzadigd carbonzuur met de formule CH3(CH2)2COOH
    • Boter bestaat gedeeltelijk uit een ester van boterzuur. 
Verwante begrippen
Carbonzuren in het Nederlands
mierenzuurazijnzuurpropionzuurboterzuurvaleriaanzuurcapronzuurcaprilinezuurcaprinezuurlaurinezuurmyristinezuurpalmitinezuurstearinezuurarachidezuur
Carbonzure zouten en esters in het Nederlands
formiaatacetaatpropionaatbutyraatvaleriaatcapronaatcaprylaatcapraatlauraatmyristaatpalmitaatstearaatarachidaat
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie