zoet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoet
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zoet zoeter zoetst
verbogen zoete zoetere zoetste

Bijvoeglijk naamwoord

zoet

  1. ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker
    Dat is een nogal zoete drank, zeg!
  2. aangenaam voor sommige zintuigen
    Heerlijk, die zoete geur.
  3. gehoorzaam.
    Wees even een zoete jongen, ik ben zo terug.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord zoet -
verkleinwoord zoetje -

Zelfstandig naamwoord

zoet o

  1. snoepgoed, voornamelijk zuigbaar

Werkwoord

vervoeging van
zoeten

zoet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeten
  2. gebiedende wijs van zoeten