zesdaags

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·daags
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van zes en dag met het achtervoegsel -s
stellend
onverbogen zesdaags
verbogen zesdaagse
partitief zesdaags

Bijvoeglijk naamwoord

zesdaags

  1. iets wat zes dagen lang duurt
    • Hij won de zesdaagse wielerkoers op zijn sloffen. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.