zesmaandelijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·maan·de·lijks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen zesmaandelijks
verbogen zesmaandelijkse
partitief zesmaandelijks

Bijvoeglijk naamwoord

zesmaandelijks

  1. elke zes maanden
    • Zesmaandelijks verschijnt een speciale uitgave van het tijdschrift. 

Gangbaarheid