zesjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van zes en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen zesjarig
verbogen zesjarige
partitief zesjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

zesjarig

  1. zes jaren durend of zijnd
  2. zes jaar oud
    • Het zesjarige kind ging naar groep 3 van de basisschool. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.