Naar inhoud springen

sei

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Sei
Telwoord (eus)
1 11 10
2 12 20
3 13
4 14
5 15
6 16
7 17
8 18
9 19

sei

  1. zes


  • sei

sei

  1. enkelvoud gebiedende wijs bedrijvende vorm van sein: wees
  2. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs bedrijvende vorm van sein: kan zijn, moge zijn, zij
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs bedrijvende vorm van sein: kan zijn, moge zijn, zij


0006
sei,
op een abacus


Telwoord (Italiaans)
0123456789
10111213141516171819
20212223242526272829
30313233343536373839
40414243444546474849
50515253545556575859
60616263646566676869
70717273747576777879
80818283848586878889
90919293949596979899
1002003004005006007008009001000
10610910121015101810211024102710301033
1036103910421045104810511054105710601063
10661069107210751099101001012010303103003
  • sei

sei

  1. zes, het getal 6


  • sei

sei

  1. gebiedende wijs van seie


  • sei

sei

  1. derde persoon enkelvoud:
    1. m: zijn
    2. v: haar
    3. o: zijn
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
hele vervoeging zie sei/vervoeging
onbepaalde
wijs
sei
verleden
tijd
(er) waar
voltooid
deelwoord
gewest
enkelvoud meervoud
1e persoon ich bin mir / mer sin
2e persoon du bischt dihr / der
dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
seid
sin
sind
seid
sin
sin
3e persoonerisssiesin
sie iss
es iss

sei

  1. zijn
    «Wie alt bischt du?»
    Hoe oud ben je?