sei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Baskisch

Telwoord (eus)
1 11 10
2 12 20
3 13
4 14
5 15
6 16
7 17
8 18
9 19

Hoofdtelwoord

sei

  1. zes



Italiaans

Telwoord (ita)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
100 103 106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027

Hoofdtelwoord

sei

  1. zes



Nynorsk

Woordafbreking
  • sei

Werkwoord

sei

  1. gebiedende wijs van seie


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • sei

Bezittelijk voornaamwoord

sei

  1. derde persoon enkelvoud:
    1. m: zijn
    2. v: haar
    3. o: zijn
Opmerkingen
vervoeging
tegenwoordige tijd
aantonende wijs
bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
sei
verleden
tijd
waar
voltooid
deelwoord
gewest
enkelvoud meervoud
1e persoon ich bin mir sin
2e persoon du bischt dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
seid
sin, sind
seid
sin
sin
3e persoon er iss (is) sie sin
sie iss (is)
es iss (is)

Werkwoord

sei

  1. zijn
    «Wie alt bischt du?»
    Hoe oud ben je?
Opmerkingen