zesvlak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zesvlak zesvlakken
verkleinwoord zesvlakje zesvlakjes

Zelfstandig naamwoord

zesvlak o

  1. (wiskunde) een lichaam begrensd door zes vlakken
    • Een kubus is een regelmatig zesvlak. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be