reizen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: rijzen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reizen
reisde
gereisd
zwak -d volledig

Werkwoord

reizen

  1. onderweg zijn
    Wij reizen' geregeld naar Canada.
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

reizen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord reis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelhoogduitse werkwoord reizen, dat van het Oudhoogduitse werkwoord reizzen komt
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reizen
reizte
(hat) gereizt
zwak volledig niet-samengesteld

Werkwoord

reizen

  1. (overgankelijk) ergeren, pesten, plagen, prikkelen
  2. (overgankelijk), (medisch) irriteren
  3. (overgankelijk) aanlokken, bekoren, bevallen, lokken
Synoniemen