viajar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Portugees

Uitspraak
  • IPA: [vjɐ.ˈʒaɾ]
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse viare.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
viajar
viajava
viajado
volledig

Werkwoord

viajar

  1. reizen


Spaans

Uitspraak
  • IPA: [bjaˈxaɾ]
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse viare.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
viajar
viajaba
viajado
volledig


Woordafbreking
  • via·jar

Werkwoord

viajar

  1. reizen