lokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lok·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aantrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lokken
lokte
gelokt
zwak -t volledig

Werkwoord

lokken [3] [4] [5]

  1. overgankelijk mens of dier verleiden ergens heen te komen
    • De eenden werden door een lokeend in de kooi gelokt. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

lokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lok

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie