lokken
Uiterlijk
- lok·ken
- van Middelnederlands locken, in de betekenis van ‘aantrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1] [2] [3] [4]
- Middelnederlands: locken (1240)
- Oudnederlands: lockon
- Germaans: *lukkōn “liefkozen”, “(ver)lokken”
- Indo-Europees: *lug-n(e)h2-
- Verwant in Germaans:
- West: Angelsaksisch: a-loccian, Duits: locken (Oudhoogduits: lockōn)
- Noord: Deens: lokke, Zweeds: locka (Oudnoords: lokka)
- [2] Als productief, eerste element in samenstellingen, gevormd naar de voorbeelden lokaas, lokvogel.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lokken |
lokte |
gelokt |
| zwak -t | volledig | |
lokken
- overgankelijk mens of dier verleiden ergens heen te komen
- De eenden werden door een lokeend in de kooi gelokt.
- ▸ Nella is ervan overtuigd dat de miniatuurmaakster hier is geweest, en ze kan zich niet voorstellen dat de vrouw haar naar zich toe zou lokken en haar vervolgens in de steek zou laten.[6]
- als eerste deel van samenstellingen
1. mens of dier verleiden ergens heen te komen
de lokken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lok
- ▸ ' 'Denk je dat dat bladgoud is?' Hij boog zich voorover en wees op de leeuwenmanen, de golvende lokken die leken te glinsteren.[7]
- ▸ 'Welke verhalen?' Teresa nam kleine lokken van Olives grote bos haar en wikkelde ze om haar vingers, waarna ze ze stevig vastzette met de krulspelden die ze uit Sarahs slaapkamer hadden gepakt.[7]
- ▸ 'Welke verhalen?' Teresa nam kleine lokken van Olives grote bos haar en wikkelde ze om haar vingers, waarna ze ze stevig vastzette met de krulspelden die ze uit Sarahs slaapkamer hadden gepakt.[7]
- Het woord lokken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lokken" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ "lokken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ lokken op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - 1 2 3 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Erfwoord in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Jachttaal in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %