reisspel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reisspel reisspellen
verkleinwoord reisspelletje reisspelletjes

Zelfstandig naamwoord

reisspel o

  1. een fysiek spel zoals een bordspel of kaartspel dat geschikt is gemaakt om als passagier te spelen tijdens een reis
    • Bij een reisspel worden speelstukken vaak met een magneetje op het speelbord gezet zodat ze er niet vanaf vallen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.