plagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘speels kwellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plagen
plaagde
geplaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

plagen

  1. overgankelijk iemand lastigvallen
    • Griekenland wordt geplaagd door grote financiële problemen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

plagen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plaag

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen