reisgids

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·gids
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reisgids reisgidsen
verkleinwoord reisgidsje reisgidsjes

Zelfstandig naamwoord

reisgids m

  1. een document met informatie gericht op een toerist of reiziger
    • Piet kocht vlak voor zijn reis naar Rusland een reisgids waarin onder meer het Rode Plein stond beschreven. 
    • Ik citeer hier de Lonely Planet en hoewel het proza van deze reisgids in staat zou zijn om zelfs de Gazastrook nog op te leuken (‘the locals are very passionate’) moet gezegd worden: die Malediven zien er verdomd mooi uit. [1] 
  2. (beroep) iemand die reizigers begeleidt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. HP de Tijd ARNOUT LE CLERCQ 25 JAN 2019 De Malediven verdwijnen, maar onze consumptiedrift niet