reisgids

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·gids
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reisgids reisgidsen
verkleinwoord reisgidsje reisgidsjes

Zelfstandig naamwoord

reisgids m

  1. een document met informatie gericht op een toerist of reiziger
    Piet kocht vlak voor zijn reis naar Rusland een reisgids waarin onder meer het Rode Plein stond beschreven.
  2. (beroep) iemand die reizigers begeleidt