reisgids

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·gids
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reisgids reisgidsen
verkleinwoord reisgidsje reisgidsjes

Zelfstandig naamwoord

reisgids m

  1. een document met informatie gericht op een toerist of reiziger
    • Piet kocht vlak voor zijn reis naar Rusland een reisgids waarin onder meer het Rode Plein stond beschreven. 
  2. (beroep) iemand die reizigers begeleidt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie