ferð

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Faeröers

Uitspraak

Werkwoord

ferð

  1. reizen

Zelfstandig naamwoord

ferð

  1. weg
    «Hvat kostar ein ferð til Íslands aftur og fram?»
    Wat kostte een reis naar IJsland heen en terug?
Uitdrukkingen en gezegden
  • vera á ferð
op de weg zijn


IJslands

Uitspraak
Naar frequentie 337
Klasse f2
sterk
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ferð     ferðin     ferðir     ferðirnar  
genitief   ferðar     ferðarinnar     ferða     ferðanna  
datief   ferð     ferðinni     ferðum     ferðunum  
accusatief   ferð     ferðina     ferðir     ferðirnar  

Zelfstandig naamwoord

ferð, v

  1. (techniek), (verkeer) tocht, reis, rit, trip, vaart
  2. beweging
  3. snelheid


Afgeleide begrippen

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. [3: snelheid]

Zelfstandig naamwoord

ferð

  1. datief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van ferð

ferð

  1. accusatief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van ferð