reissom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·som
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reissom reissommen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reissom v/m [1]

  1. bedrag dat men voor een reis moet betalen
    • Minouk Timmers,die samen met haar vriend Mark Rijpma haar verhaal aan AD.nl deed, stelt dat hun vakantie zo verpest is dat de volledige reissom (ruim 700 euro) vergoed moet worden. [2] 
    • Het netwerk regelde auto's, busjes en chauffeurs. De groep maakte gebuik van bussen, die ze tussen Oostenrijk en Nederland heen en weer lieten rijden. ,,De mensensmokkelaars beschikten in Milaan, Athene, Wenen en Budapest over vaste locaties waar vluchtelingen verbleven. De vluchtelingen betaalden vooraf een deel van de reissom contant. Bij aankomst betaalden zij het restant aan de chauffeur", zei het OM tijdens een eerdere pro-forma zitting. Khalid en Zeiad zouden er een ton per jaar mee hebben verdiend. [3] 
    • Heb je bij je reisverzekering ook een annuleringsverzekering afgesloten, dan kan het zo zijn dat je verzekeraar niet-genoten reisdagen vergoed. In dat geval kun je de reissom deels of geheel terugkrijgen. [4] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen