rijzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: reizen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rij·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rijzen
'rɛɪzə(n)
rees
res
gerezen
ɣə're.zə(n)
klasse 1 volledig

Werkwoord

rijzen

  1. (ergatief) opstijgen, opgaan
    Japan, het land van de rijzende zon.
  2. (ergatief) (kookkunst) (van brood of beslag) uitzetten en luchtig worden
    Het deeg is nog niet voldoende gerezen.
  3. (ergatief) naar voren komen, zich aandienen
    Er zijn dienaangaande enige bezwaren gerezen.
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
  1. herrijzen, verrijzen
  2. rijsmiddel, zelfrijzend
Uitdrukkingen en gezegden
  • overeind rijzen
Vertalingen