reisbureau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·bu·reau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reisbureau reisbureaus
verkleinwoord reisbureautje reisbureautjes

Zelfstandig naamwoord

reisbureau o

  1. winkel of bedrijf dat reizen voor klanten regelt
    • Vroeger werden reizen geboekt bij een reisbureau, tegenwoordig doen de meeste mensen het direct via internet. 
Synoniemen
  1. reisagentschap
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie