reistas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reis·tas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reistas reistassen
verkleinwoord reistasje reistasjes

Zelfstandig naamwoord

reistas m/v

  1. rechthoekige afsluitbare zak van stevig materiaal met hengsels bestemd om spullen op reis mee te nemen
  2. buidel met spullen voor uiterlijke verzorging
  3. dim. tant. (plantkunde) benaming voor gebroken hartje Lamprocapnos spectabilis op Wikispecies

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Nynorsk

Werkwoord

reistas

  1. verouderde spelling of vorm van reistast van vóór 2012
(verouderd) lijdende vorm van reista en reiste