feest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • feest
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord feest feesten
verkleinwoord feestje feestjes

Zelfstandig naamwoord

feest o

  1. een vermakelijke en vreugdevolle sociale gelegenheid
    Ondanks het feit dat Nederland de finale tegen Spanje verloren had, was het bij de huldiging één groot feest.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
feesten

feest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van feesten
  2. gebiedende wijs van feesten

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl