fuif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fuif
enkelvoud meervoud
naamwoord fuif fuiven
verkleinwoord fuifje fuifjes

Zelfstandig naamwoord

fuif v/m

  1. vrolijk besloten feest
    Veel mensen drinken bier op een fuif.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen