feestelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fees·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van feest met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen feestelijk feestelijker feestelijkst
verbogen feestelijke feestelijkere feestelijkste
partitief feestelijks feestelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

feestelijk

  1. als bij een feest
     `Van Sinterklaas tot Sintemaarten' is bestemd voor Nederland en Vlaanderen. Wij hopen van harte dat het boek, mede door de grote toewijding waarmee Otto Dicke het heeft geïllustreerd, met vreugde gebruikt zal worden. Niet alleen voor de jeugd, in gezin en school, maar ook door alleenstaanden en zieken. Kortom: allen die zich willen verdiepen in de 'feestelijke' kant van het leven.[1]


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7