feestelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fees·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van feest met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen feestelijk feestelijker feestelijkst
verbogen feestelijke feestelijkere feestelijkste
partitief feestelijks feestelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

feestelijk

  1. als bij een feest.