menens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·nens

Zelfstandig naamwoord

menens

  1. genitief van menen: serieus, ernstig zonder grap
    • Hij bracht zijn vroegere vriend menens een flinke klap toe en zo barstte er een strijd los. 
     Zelfs zij waren zich rot geschrokken van de klap, en beseften dat het nu menens was.[1]

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be