familiefeest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·mi·lie·feest
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord familiefeest familiefeesten
verkleinwoord familiefeestje familiefeestjes

Zelfstandig naamwoord

familiefeest o

  1. een feest dat samen met familie gevierd wordt
    • Op oma's verjaardag werd altijd een familiefeest georganiseerd. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid