party

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·ty
Woordherkomst en -opbouw
  • Overgenomen uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord party party's
verkleinwoord party'tje party'tjes

Zelfstandig naamwoord

party v

  1. (feest) feest
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
partyen

party

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van partyen
    Ik party.
  2. gebiedende wijs van partyen
    Party!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van partyen
    Party je?

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
party parties

Zelfstandig naamwoord

party

  1. partij
  2. fuif, feestje