feestneus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • feest·neus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord feestneus feestneuzen
verkleinwoord feestneusje feestneusjes

Zelfstandig naamwoord

feestneus m

  1. een grappig masker voor de neus dat je kunt dragen op een feest
  2. iemand die graag feestviert
    • “Men kan de ervaren netwerker gemakkelijk herkennen. Bij zijn binnenkomst op een receptie houdt hij de pas in en overziet in één oogopslag het gezelschap. Vervolgens zal hij zich zigzaggend door de ruimte begeven en korte gesprekken aanknopen met degenen die hij werkelijk belangrijk vindt. Daarna zal hij vertrekken. De ervaren netwerker is geen feestneus.” [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Twan van de Kerkhof 3 mei 1996