beer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
[1] Een beer.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beer
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mensendrek, gier’ voor het eerst aangetroffen in 709 [1]
  • [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord beer beren
verkleinwoord beertje beertjes

Zelfstandig naamwoord

beer m

  1. (zoogdieren) een groot viervoetig zoogdier uit de familie Ursidae op Wikispecies van de roofdieren [4]
    • De grizzly beer is helemaal geen vriendelijke teddybeer. 
  2. (veeteelt) een mannelijk varken (Suidae op Wikispecies) [5]
    • MOEDER, moeder, de beer is los,
      Hoor dat dier eens brullen!
      Snijd hem neus en oren af,
      Dan hebben we wat te smullen
       
  3. (zoogdieren) een mannelijke cavia
  4. de inhoud van een aalput [6]
    • De beer stonk vreselijk. 
  5. (bouwkunde) een gemetselde dam in een vestinggracht die het water in de gracht scheidt van zout of sterk stromend water van de zee, meer of rivier waaraan de vesting gelegen is. [7]
    • De beer werd voorzien van een spitse rand, de zgn. ezelsrug. met daarop monniken of poppen om het oversteken van de gracht praktisch onmogelijk te maken. 
  6. een ondiepte, een plaats waar stromend water betrekkelijk rustig is, zodat slik bezinkt.[8]
    • Berenplaat, vóór 1966 geschreven als Beerenplaat, waarop een drinkwaterbedrijf is gevestigd, gelegen in de gemeente Nissewaard.  
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl
  5. etymologiebank.nl
  6. etymologiebank.nl
  7. etymologiebank.nl
  8. Bron: Indrukwekkende architectuur drinkwaterbedrijf nu op Spijkenisser grondgebied. - In: Spijkenisse [voorlichtingskrant van de gemeente Spijkenisse], januari 1984, p. 5

Werkwoord

vervoeging van
beren

beer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beren
    • Ik beer. 
  2. gebiedende wijs van beren
    • Beer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beren
    • Beer je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • beer
enkelvoud meervoud
beer beers

Zelfstandig naamwoord

beer

  1. (drinken) bier


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /beːʁ/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

beer o

  1. (Hooglimburgs) (drinken) bier
Verbuiging