beer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een beer.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beer
enkelvoud meervoud
naamwoord beer beren
verkleinwoord beertje beertjes

Zelfstandig naamwoord

beer m

  1. (zoogdieren) een groot viervoetig zoogdier uit de familie Ursidae Wikispecies-logo-en.png van de roofdieren
  2. (veeteelt) een mannelijk varken (Suidae Wikispecies-logo-en.png)
    MOEDER, moeder, de beer is los,
    Hoor dat dier eens brullen!
    Snijd hem neus en oren af,
    Dan hebben we wat te smullen
  3. (zoogdieren) een mannelijke cavia
  4. de inhoud van een aalput
  5. (bouwkunde) een gemetselde dam in een vestinggracht die het water in de gracht scheidt van zout of sterk stromend water van de zee, meer of rivier waaraan de vesting gelegen is
    De beer werd voorzien van een spitse rand, de zgn. ezelsrug. met daarop monniken of poppen om het oversteken van de gracht praktisch onmogelijk te maken.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • beer
enkelvoud meervoud
beer beers

Zelfstandig naamwoord

beer

  1. (drinken) bier


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /beːʁ/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

beer o

  1. (Hooglimburgs) (drinken) bier
Verbuiging