wasbeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·beer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasbeer wasberen
verkleinwoord wasbeertje wasbeertjes

Zelfstandig naamwoord

wasbeer m

  1. (zoogdieren) klein Noord-Amerikaans roofdier uit de familie van de kleine beren, met zwart-wit gezichtsmasker en goed ontwikkelde staart (Procyon lotor op Wikispecies)
     Op dit moment komt de wasbeer nog slechts incidenteel voor in Nederland. Er zijn nog geen bewijzen voor een gevestigde populatie.[3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen