poep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • poep
enkelvoud meervoud
naamwoord poep poepen
verkleinwoord poepje poepjes

Zelfstandig naamwoord

poep m

  1. uitgescheiden afvalstoffen van mens of dier
    Hij stapte met zijn schoen in de poep van een hond.
  2. (België) achterwerk, bips.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen