drek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drek
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘uitwerpselen, vuil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord drek -
verkleinwoord drekje drekjes

Zelfstandig naamwoord

drek m

  1. mest, uitwerpselen, viezigheid
    • Hij stond tot zijn knieën in de drek. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen