brouwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: brauwen

Nederlands

Bellen die zich vormen bij het brouwen van bier
Uitspraak
Woordafbreking
  • brou·wen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bier bereiden’ voor het eerst aangetroffen in 1284 [1]
  • oud erfwoord; oorspr. betekenis "koken", vandaar "koken om een drank te bereiden" [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
brouwen
brouwde
1,2
gebrouwen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

brouwen

  1. overgankelijk bereiden van bier door koken en vergisten van water, hop en mout en gist: bier brouwen.
    • Bierkenner Marco Daane voert de geschiedenis van het brouwen nog verder terug, naar de prehistorie, hij beschrijft de overgang van haver naar gerst en van gruit naar hop, en laat de lezer niet in het ongewisse over de verschillen tussen het Limburgse ‘swartbier’, de Groninger ‘kluin’ waar men een ‘klunskonk’ van kreeg en de Hollandse ‘kuit’ die rond 1400 ontstond.[2] 
  2. overgankelijk iets samenstellen uit verschillende ingrediënten
    • Leer je eigen rode cocktails brouwen, „want de tijd voor fruit en bubbels is aangebroken”. Zet een boom op over good food met de „oneindig veelzijdige” televisiechef Pierre Wind en staatssecretaris van Landbouw Martijn van Dam. [3] 
  3. overgankelijk, (figuurlijk) vervaardigen, maken, fabriceren
    • Een verhaal brouwen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
brouwen
brouwde
gebrouwd
zwak -d volledig 3

Werkwoord

brouwen

  1. inergatief iets met een keel-r uitspreken.
    • De r wordt gebrouwd. 
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen