cavia

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Cavia's
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·via
enkelvoud meervoud
naamwoord cavia cavia's
verkleinwoord caviaatje caviaatjes

Zelfstandig naamwoord

cavia v/m

  1. (knaagdieren) een Zuid-Amerikaans knaagdier dat vooral als huisdier gehouden wordt
    Wij hebben een cavia thuis.
    Dat de cavia een huisdier is danken we aan de Inca’s. Die domesticeerden het beestje zo’n 3.000 jaar geleden in Peru. Sindsdien is de cavia - cuy in het Spaans - een belangrijke voedselbron voor Peruanen.[1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Sam de Voogt NRC 14 december 2015