veeteelt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vee·teelt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veeteelt -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

veeteelt v/m

  1. het onderhouden en fokken van vee
    • Hij heeft al drie jaar een bedrijf dat zich met veeteelt bezighoudt. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie