bear

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse bere.
vervoeging
onbepaalde wijs to bear
he/she/it bears
verleden tijd bore
voltooid
deelwoord
borne
onvoltooid
deelwoord
bearing
gebiedende wijs bear

Werkwoord

bear

  1. dragen
    «The name he bore as a child, Duny, was given him by his mother, and that and his life were all she could give him, for she died before he was a year old.[1]»
    De naam Duny die hij als kind droeg, werd hem gegeven door zijn moeder en was naast het leven alles wat zij hem kon schenken, want zij stierf vóór hij een jaar oud was.[2]
  2. brengen
  3. voortbrengen
  4. verdragen, dulden
  5. uitoefenen
Verwijzingen
  1. Ursula K. Le Guin, A Wizard of Earthsea, 1968 (2004 uitg., ISBN 0-553-38304-3)
  2. Frits Oomes (vert.), Machten van Aardzee, 1974 (2000 uitg., ISBN 90-274-6837-0)
enkelvoud meervoud
bear bears

Zelfstandig naamwoord

bear

  1. beer m


Fries

Zelfstandig naamwoord

bear

  1. beer m