Naar inhoud springen

beren

Uit WikiWoordenboek

(heteroniem)

  • be·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beren
beerde
gebeerd
zwak -d volledig [A]-[D]

[A] beren

  1. inergatief schreeuwen

[B] beren

  1. inergatief schulden maken

[C] beren

  1. overgankelijk bemesten

[D] beren

  1. (Suriname) geslachtsgemeenschap hebben
  2. overgankelijk (Vroegnieuwnederlands) slaan
vervoeging van
berennen

[E] berèn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van berennen
    • Ik beren. 
  2. gebiedende wijs van berennen
    • Beren! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van berennen
    • Beren je? 
[B 2] enkelvoud meervoud
naamwoord beren
verkleinwoord

[B]deberenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beer
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (roofdieren) een familie Ursidae op Wikispecies van roofdieren (Carnivora op Wikispecies). Beren maken deel uit van de Caniformia op Wikispecies, waartoe onder andere ook de hondachtigen worden gerekend. De familie telt acht moderne soorten, verdeeld over vijf geslachten. De meeste beren zijn groot en log van gestalte, hebben stevige, korte ledematen en een kleine staart
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[9]
  • IPA: /bɛːrən/
  • Afgeleid van het Angelsaksische beran

beren

  1. dragen

beren

  1. meervoud van bere
  • Afgeleid van het Oudnederlandse beran

beren

  1. dragen
    • van Middelnederlands beren , ontwikkeld uit Oergermaans *barjanan-, bij Indo-Europees *bʰerH- ‘doorsteken, slaan’, waartoe ook Oudiers barae ‘woede, vijandigheid’, Latijn ferīre ‘slaan, stoten’ en Litouws bárti ‘schelden’ behoren.[1] Evenals Oudhoogduits berjan ‘slaan, kloppen, kneden’, Oudengels verl.deelw. ġebered ‘neergeslagen, gekneed’ en IJslands berja ‘slaan, stoten’.[2] [3]
    1. overgankelijk kneden
    1. Kroonen
      , Guus, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013; blz. 53
    2. Antonius Angelus Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek, 2de druk, Assen: Sdu Uitgevers, 2003, blz. 45–46.
    3. beren op website: Etymologiebank.nl