Naar inhoud springen

kerst

Uit WikiWoordenboek
Kerstboom
  • kerst
  • Verkorting van Kerstmis
enkelvoud meervoud
naamwoord kerst kersten
verkleinwoord

dekerstv/m

  1. de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag
    • Ze bracht de kerst alleen door. 
     Met kerst gaf ze een kerstdiner met gasten aan een grote tafel, waarbij kerstliedjes werden gezongen en kerstverhalen voorgelezen bij de boom met echte kaarsjes, een emmer bluswater binnen handbereik voor het geval dét.[1]
     Maar wie gaat dat betalen? Ik? De klanten? Die gaan liever naar de supermarkt, behalve misschien voor kerst of een verjaardag.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • kerst

kerst

  1. (religie)(kerst)(feest) kerst; de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag
  • kerst

kerst

  1. (religie)(kerst)(feest) kerst; de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag