kerst
Uiterlijk

- kerst
- Verkorting van Kerstmis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerst | kersten |
| verkleinwoord |
- de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag
- Ze bracht de kerst alleen door.
- ▸ Met kerst gaf ze een kerstdiner met gasten aan een grote tafel, waarbij kerstliedjes werden gezongen en kerstverhalen voorgelezen bij de boom met echte kaarsjes, een emmer bluswater binnen handbereik voor het geval dét.[1]
- ▸ Maar wie gaat dat betalen? Ik? De klanten? Die gaan liever naar de supermarkt, behalve misschien voor kerst of een verjaardag.[2]
- Het woord kerst staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kerst" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- kerst
kerst
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- kerst
kerst
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Religie in het Nedersaksisch
- Kerst in het Nedersaksisch
- Feest in het Nedersaksisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws
- Religie in het Veluws
- Kerst in het Veluws
- Feest in het Veluws