kerststal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kerststal.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerst·stal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerststal kerststallen
verkleinwoord kerststalletje kerststalletjes

Zelfstandig naamwoord

kerststal m

  1. een voorstelling van de geboorte van Jezus met figuren van hout of gips, die vooral in katholieke gezinnen rond Kerstmis in huis te vinden is, vaak onder de kerstboom
    • De kinderen beleefden veel plezier terwijl ze de kerststal inrichtten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie