midwinter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·win·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord midwinter midwinters
verkleinwoord midwintertje midwintertjes

Zelfstandig naamwoord

midwinter m

  1. periode van het midden van de winter
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen


Meer informatie