kerstvakantie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een sneeuwman maken: pret verzekerd tijdens de kerstvakantie.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerst·va·kan·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerstvakantie kerstvakanties
verkleinwoord kerstvakantietje kerstvakantietjes

Zelfstandig naamwoord

kerstvakantie v

  1. een schoolvakantie op het einde van het jaar die gewoonlijk twee weken duurt
    • Veel gezinnen zoeken de sneeuw op tijdens de kerstvakantie. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie