karst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • karst
Woordherkomst en -opbouw
  • Genoemd naar het Kras-gebied van Slovenië, waarvan de Duitse naam Karst is.
enkelvoud meervoud
naamwoord karst -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

karst m

  1. (geologie) de verzameling verschijnselen die samenhangen met de oplosbaarheid van kalksteen onder invloed van koolzuur in de atmosfeer
    • Een gebied met karst trekt vaak veel toeristen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Zelfstandig naamwoord

karst

  1. (geologie) karst