kerstlandschap
Uiterlijk
- kerst·land·schap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kerstlandschap | kerstlandschappen |
| verkleinwoord | kerstlandschapje | kerstlandschapjes |
het kerstlandschap o
- (kerst) een landschap van miniatuurhuisjes als kerstdecoratie
- Naast de kerststal werd er een kerstlandschap gebouwd.
- (kerst) een winters landschap, eventueel voorzien van elementen van kerst
- Toen we op eerste kerstdag opstonden had het gesneeuwd en was het omgetoverd in een kerstlandschap.