kerstbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kerstbal.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerst·bal
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord kerstbal kerstballen
verkleinwoord kerstballetje kerstballetjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord kerstbal kerstbals
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kerstbal

  1. m een bal die men als versiering ophangt aan de takken van een kerstboom
    • Ik heb dit jaar geen enkele kerstbal kapot laten vallen. 
  2. o een dansfeest ter gelegenheid van de kerst
    • Het kerstbal was erg elegant en een groot succes. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie