man

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: man
Oudnederlands: man
Germaans: *mann-
Indo-Europees: *man- of *men-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: man (Angelsaksisch: mann, man), Duits: Mann, (Oudhoogduits: man), Fries: man (Oudfries: man, mon)
Noord: Zweeds: man, Deens: mand, Noors: mann, (Oudnoors: maðr), IJslands/Faeröers: maður
Oost: Gotisch: manna
enkelvoud meervoud
naamwoord man mannen
verkleinwoord mannetje mannetjes

Zelfstandig naamwoord

man m

  1. (biologie) persoon van het mannelijk geslacht
    Elke man houdt van voetbal.
  2. een echtgenoot, een getrouwde man
    John is de man van Elly.
  3. een mens
    Een man heeft voedsel nodig.
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord man manne
verkleinwoord mannetjie mannetjies

Zelfstandig naamwoord

man

  1. man


Aragonees

enkelvoud meervoud
man mans

Zelfstandig naamwoord

man v

  1. (anatomie) hand


Engels

Zelfstandig naamwoord

man

  1. (biologie) man
  2. persoon
  3. mens
  4. mensheid


Friulisch

Zelfstandig naamwoord

man

  1. hand


Galicisch

enkelvoud meervoud
man mans

Zelfstandig naamwoord

man v

  1. (anatomie) hand
    «A xente saúda dándose a man
    De mensen begroeten elkaar door elkaar een hand te geven.


Lets

naamval enkelvoud meervoud
nominatief es mēs
genitief manis mūsu
datief man mums
accusatief mani mūs
instrumentalis mani mums
locatief manī mūsos

Persoonlijk voornaamwoord

man

  1. datief aan mij


Occitaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • man
enkelvoud meervoud
man mans

Zelfstandig naamwoord

man v

  1. hand


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • man

Onbepaald voornaamwoord

man

  1. men
    «Man får inte äta eller dricka i det här rummet.»
    Men mag in deze kamer niet eten of drinken.

Zelfstandig naamwoord

man g

  1. (biologie) man
    «Där går två män och en kvinna.»
    Daar lopen twee mannen en een vrouw.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   man     mannen     män     männen  
genitief   mans     mannens     mäns     männens  
Afgeleide begrippen